Voorschriften verbouw bij herbestemming

Geplaatst op: 15-11-2015

Uitleg van de verbouwvoorschriften bij transformatie of herbestemming van gebouwen

Functiewijziging zonder verbouwing:
Wanneer een gebouw met een ‘kantoorfunctie’ wordt gewijzigd in één of meer ‘woonfuncties’, en dat gebouw voldoet aan de eisen van Bouwbesluit 2012 voor bestaande woonfuncties, dan hoeft er geen verbouwing te worden uitgevoerd. Dat betekent dus dat er in het voormalige kantoorgebouw gewoond mag worden, zonder dat er door Bouwbesluit 2012 aanvullende eisen worden gesteld. Wel moeten in geval van herbestemming in een woonfunctie volgens Bouwbesluit 2012 rookmelders conform NEN 2555 worden aangebracht. Wordt niet voldaan aan de eisen die Bouwbesluit 2012 stelt voor bestaande woonfuncties, dan zal een verbouwing nodig zijn om het gebouw daarmee in overeenstemming te brengen.

De voorschriften van Bouwbesluit 2012 moeten als volgt toegepast:

Wijzig de gebruiksfunctie van ‘kantoorfunctie’ in ‘woonfunctie’, of ‘woonfuncties in een woongebouw’. Dit betekent dat op de plattegrond van de oorspronkelijke situatie de nieuwe gebruiksfuncties ‘geprojecteerd’ worden. Deze plattegrond met nieuwe gebruiksfuncties vormt nu de ‘bestaande toestand’.

Beoordeel of het gebouw voldoet aan de eisen die Bouwbesluit 2012 stelt aan een bestaande woonfunctie(s):

Zo ja: er zijn geen verbouwingen noodzakelijk (mits conform NEN 2555 rookmelders worden geplaatst).

Zo nee: het gebouw moet zodanig worden verbouwd dat het in overeenstemming wordt gebracht met de voorschriften van Bouwbesluit 2012 (zie hierna).

Functiewijziging met verbouwing
Meestal zal het zo zijn dat een functiewijzing van een kantoorfunctie naar een woonfunctie gepaard gaat met een verbouwing om de nieuwe woonfunctie (of woonfuncties) qua indeling te laten aansluiten op de wensen van de eindgebruiker. De verbouwingen in het gebouw moeten tenminste voldoen aan de verbouweisen van Bouwbesluit 2012. Deze verbouweisen bestaan in de meeste gevallen uit het rechtens verkregen niveau, maar soms ook een specifiek niveau, of de nieuwbouwvoorschriften wanneer er voor een bepaald beoordelingsaspect geen verbouwvoorschriften zijn gegeven.

Verbouw bij een getransformeerd gebouw zal doorgaans in twee situaties voorkomen:

  • In het geval in het gebouw met de nieuwe gebruiksfunctie strijdigheid bestaat met de voorschriften voor bestaande bouw van Bouwbesluit 2012;
  • Indien de initiatiefnemer/aanvrager zelf vrijwillig een verbouwing uitvoert om het gebouw in overeenstemming te brengen met zijn wensen

Ad. 1: strijdigheid met Bouwbesluit 2012 niveau bestaande bouw
Bij een strijdigheid met Bouwbesluit 2012, niveau bestaande bouw (bijv. onvoldoende WBDBO), zal de strijdigheid in de regel moeten worden opgelost door een verbouwing uit te voeren. Bij verbouw zal tenminste moeten worden voldaan aan het ‘rechtens verkregen niveau’; voor WBDBO-eisen geldt echter dat er ten minste aan een WBDBO-eis van 30 minuten moet worden voldaan.

Ad. 2: vrijwillige verbouwing

Onderdelen van een gebouw die vrijwillig worden aangepast, moeten ten minste voldoen aan het ‘rechtens verkregen niveau’ (c.q. aan een in de verbouwvoorschriften aangegeven specifiek niveau, c.q. aan de nieuwbouweisen in het geval er voor het desbetreffende beoordelingsaspect geen verbouweisen zijn gegeven). Uitgangspunt voor het rechtens verkregen niveau is het ‘actuele kwaliteitsniveau’ van het desbetreffende onderdeel van het gebouw. Het realiseren van een nieuwe deur in een bestaande 60 minuten brandwerende wand betekent dat deze nieuwe deur ook 60 minuten brandwerend moet zijn.

Voor nieuwe onderdelen, zoals bijvoorbeeld nieuwe woningscheidende wanden, is er geen sprake van een ‘actueel kwaliteitsniveau’. Deze wanden waren er in de bestaande situatie immers nog niet. In dat geval mag worden uitgegaan van de ‘ondergrens’ van het rechtens verkregen niveau, te weten: het niveau bestaande bouw. Als het Bouwbesluit 2012 echter een specifieke eis stelt, wat bijvoorbeeld bij WBDBO het geval is, geldt deze specifieke eis als ondergrens.